Interview met Anton Brand
Aan het begin van Werken als een Paard Na School zijn verschillende mensen betrokken geweest bij het vormgeven en uitdenken van ons programma. Anton Brand is een van die mensen waar we ontzettend blij mee zijn. We mogen hem nog steeds altijd bellen voor advies en hij schuift regelmatig aan bij onze klankbordgroepen. Onlangs is Anton directeur geworden van De Hef. Hoog tijd om hem te spreken over de afgelopen jaren en het onderwijs op Rotterdam-Zuid.
Hi Anton, kan je kort iets over jezelf vertellen?
Ik ben Anton Brand en ik werk al ongeveer zeventien jaar bij De Hef. Ik ben hier begonnen als stagiair en inmiddels ben ik directeur dus dat is wel een heel mooi verloop. Ik vind het heel fijn dat je hier op Rotterdam-Zuid echt een verschil kan maken, dat heb ik gedurende mijn tijd op de Hef in verschillende rollen gedaan. Als docent, mentor maar ook als afdelingsleider en nu dus sinds kort als directeur.
Hoe is het om nu de directeur te zijn?
Hiervoor zat ik al ruim zes jaar in de schoolleiding en in die zes jaar hebben we met elkaar ook al gekeken naar de toekomst en waar we met zijn allen heen willen. Waar ik mij de afgelopen jaren mee bezig heb gehouden overlapt met mijn werkzaamheden nu. Voor mij zijn er wat dat betreft geen grote veranderingen nu ik directeur ben. Het is heel natuurlijk gegroeid eigenlijk. De grootste verandering is mijn kantoor, ik zit nu op een andere plek en daar kan iedereen mij vinden. Het is een fijn kantoor, mijn deur staat eigenlijk heel vaak open en vanuit de school kan je mij goed zien zitten door de ramen. Iedereen loopt wel gemakkelijk bij mij binnen en zo hoort het ook. Ik vind het zelf ook fijn om een rondje door de school te lopen, dus alles is heel transparant en laagdrempelig.
In de jaren dat je hier werkzaam bent, heb je vast ook wel een aantal ontwikkelingen binnen het onderwijs maar ook op Zuid meegemaakt. Hoe gaan jullie daar als school mee om?
In de school proberen we met elkaar de straat ook een beetje buiten te houden. Dat gaat best goed. We hebben bepaalde verwachtingen van hoe we binnen de school met elkaar omgaan en je merkt dat leerlingen deze school echt een fijne plek vinden om er te zijn. Dat merken we ook bij de ISK-leerlingen. Dat zijn vaak jongeren die buiten Nederland vandaan komen en gevlucht zijn uit hun eigen land. Zij krijgen eerst twee jaar de tijd om de taal te leren en tegelijkertijd worden ze klaargestoomd voor het reguliere onderwijs. Dat gaat hartstikke snel, de leerlingen pakken dat ontzettend goed op. Ze hebben niet allemaal een fijne plek thuis en dan is het belangrijk dat we hier een goede en veilige omgeving creëren voor onze leerlingen.
Zo is deze school bijvoorbeeld ook telefoonvrij. De telefoon ligt thuis of in de kluis. Zo proberen we sociale media ook een beetje op afstand te houden want daar kunnen natuurlijk naast leuke ook nare dingen plaatsvinden. Dat gaat verassend goed. Op deze manier stimuleren we ook het sociale contact onderling en in de pauzes, dat is zo belangrijk. Dat is in de afgelopen jaren wel ontzettend veranderd en daar moeten we als school iets mee. Tegenwoordig merk je ook wel dat iedereen wat mondiger wordt. Maar als je daar goed met elkaar over spreekt en continu in gesprek blijft dan hoeft dat geen probleem te worden. Maar we moeten er wel aandacht aan besteden, zeker de laatste jaren.
De buurt verandert ook wel, ze zijn hier in de omgeving veel aan het opknappen en nieuw aan het bouwen. Daardoor zie je ook dat de doelgroep die hier woont en leeft aan het veranderen is. Dat is iets om met elkaar in de gaten te houden. Het is op zich een positieve verandering want de buurt knapt ervan op maar ik hoop niet dat de oude bewoners hier straks niet meer kunnen wonen.
Wij zijn een openbare school en hier ongeveer een kilometer vandaan zit ook een islamitische school. Tegenwoordig is polarisatie wel iets waar we met elkaar voor moeten waken. Ik zie dat er een grotere groep jongeren voor die school kiest. Dat snap ik aan de ene kant wel, maar aan de andere kant vind ik het ook jammer. Ik wil wel de school blijven die er voor iedereen is. Waar voor iedereen ruimte is. Dat betekent dat wij als school goed moeten kijken naar waar wij voor staan en hoe we iedereen erbij kunnen betrekken. Zo hebben we bijvoorbeeld een grote kerstviering op school maar besteden we ook aandacht aan de ramadan en andere feestdagen. Dus we proberen echt een volledig beeld te geven van hoe de samenleving in elkaar zit, allerlei verschillende mensen en culturen. Juist nu in een wereld waar sneller groepen ontstaan.
Waar wil je naartoe groeien nu je directeur bent geworden?
Ik hoop natuurlijk dat we al een school zijn waar leerlingen en collega’s het naar hun zin hebben. Dat horen we ook wel terug van leerlingen, zij voelen zich gezien en dingen zijn hier goed geregeld. Ik vind het ook belangrijk om met elkaar, in de buurt waarin we zitten, te kijken hoe we een school kunnen zijn en blijven voor iedereen. We zitten als school midden in de wijk maar we hebben bijvoorbeeld geen schoolplein. Dus alles wat gebeurt valt ook op. Wij hebben natuurlijk niet alleen maar schatjes hier op school. De afgelopen jaren is het eigenlijk wel heel rustig maar het is ook wel echt mijn ambitie om dat zo te houden. Het is goed om een verbindende factor in de wijk te zijn en de kwaliteit van onze lessen hoog te houden. Als dat allemaal lukt dan ben ik heel tevreden.
Hoe doen jullie dat, de wijk erbij betrekken?
Afgelopen winter hadden we bijvoorbeeld alle leerlingen een kerstpakket gegeven. In dat kerstpakket zaten drie ‘gouden’ munten. Met verschillende ondernemers uit de buurt hadden we afgesproken dat de leerlingen deze munten bij hen konden inleveren. Op deze manier hebben de verbinding met de wijk gezocht en een heel leuk cadeau voor de leerlingen bedacht. Na een tijdje hebben alle ondernemers de munten bij ons ingeleverd en het was ontzettend leuk om te zien hoeveel leerlingen hier gebruik van hebben gemaakt. Het is een beetje geven en nemen, op die manier kan je er iets moois van maken met elkaar.
Je bent al heel vroeg ook betrokken geraakt bij de start van Werken als een Paard. Waarom vond je het belangrijk om hieraan mee te werken?
Ik werkte destijds al bij De Hef en ik was in die tijd veel bezig met loopbaanoriëntatie. Samen met een klein team hebben we om de tafel gezeten om het programma uit te denken. Dat was in het begin best wel wat werk. Hoe geef je de lessen vorm, welke rode lijn zit erin en al dat soort vragen. Ik was alleen betrokken bij het denkwerk maar de echte uitdaging zat natuurlijk in de uitwerking. Maar ik vond en vind het nog steeds zo’n mooi en bijzonder initiatief. Het heeft zoveel invloed op leerlingen, ook al is dat soms lastig te meten. Je weet nooit wanneer een zaadje geplant wordt. Maar het verrijken van wat jullie doen is zo belangrijk. Rotterdam is een grote stad met veel mogelijkheden en Werken als een Paard laat al die mogelijkheden zien.
Wij wensen Anton een hele fijne tijd als directeur bij De Hef!